“De start van JINC in Antwerpen is een bijzondere mijlpaal en geeft me een gevoel van trots. Het is een droom die we al langer hadden. En na maanden van voorbereiding is het ervan gekomen: JINC Antwerpen is gestart. Dat het zo goed is gegaan onder leiding van Koen van Roey, dat maakt me trots. Dat geldt overigens niet alleen voor mij, maar ook voor de ruim 150 medewerkers in Nederland. We vinden het fantastisch dat JINC nu ook in België actief is!”

Roos vindt het belangrijk om ook in het buitenland actief te zijn, omdat kansenongelijkheid niet zozeer een Nederlands, maar een mondiaal probleem is. “Als je zoals JINC van mening bent dat dit probleem opgelost moet worden in Nederland, moet je dat ook op andere plekken doen”. Omdat het belangrijk is dat kansenongelijkheid lokaal wordt bestreden, helpt JINC door de methodiek ter beschikking te stellen. Verder is het van belang om lokaal geworteld te zijn: vooral dan kun je het werk goed doen, binnen de eigen sociale, culturele en politieke context.

Daarnaast merkt Daniël dat de start van JINC in België de organisatie in Nederland versterkt: partnerbedrijven waarderen het enorm als ze ook internationaal met ons actief kunnen worden. Vermoedelijk worden er in andere landen ook oplossingen gevonden om kansenongelijkheid te bestrijden. “We hopen dat er initiatieven en concepten uit Antwerpen en België komen die we ook naar Nederland kunnen brengen. Dat geldt ook voor andere landen. Het helpt om met andere ogen te kijken naar onze organisatie. Daar kunnen we alleen maar van leren.”

Voor Daniël zelf geldt dat hij het inspirerend vindt om te werken met mensen uit andere culturen. “Hoe dicht we ook op elkaar zitten, het cultuurverschil is merkbaar en dat maakt het mooi. Het is leuk om dat mee te maken en je weg daarin te vinden.”

De start van JINC in België is hopelijk de opmars naar een verdere uitbreiding naar andere landen, om ook daar veel kinderen te kunnen helpen. “Ik weet niet of ik zo’n dromer ben,” zegt Daniël, “maar stel je voor dat we er echt in slagen de kansenongelijkheid met een paar procent te verminderen in binnen- en buitenland, dan zou dat toch heel mooi zijn.”